Britt aan de bal – Deel 1: De aftrap

EvenwichtSamantha Era
ISBN 978-90-8660-338-1
Prijs € 12,95
Aantal pagina’s
Verschijnt juni 2017

Over de serie
De achtjarige Britt is gek op voetbal. In het dorp waar ze woont is maar één voetbalvereniging, en zij sluit zich als enige meisje aan. Al snel merken haar teamgenoten dat ze aan Britt een sterke speler hebben. Antoine en Bas zijn daar nog niet helemaal van overtuigd… Britt laat hen zien dat ze met plagerijen om kan gaan en dat ze behalve een goede voetballer ook nog sportief is. Dit komt extra van pas als de eerste wedstrijden worden gespeeld. Eindelijk voelt Britt zich helemaal thuis in haar team en op het veld. En dan komt er een scout kijken… kan Britt bewijzen dat ze echt de beste voetballer is?

Boek 1: De aftrap
De achtjarige Britt wordt de beste voetballer ter wereld. Tenminste, dat is haar plan. In het dorp waar ze woont is maar één voetbalvereniging, en Britt is het enige meisje van de club. Britt ontdekt dat ze voor zichzelf moet leren op te komen om zonder gezeur te kunnen voetballen. Lukt het haar om door te zetten?

Het voetbalveld is groot. Logisch, want zo’n belangrijke wedstrijd speel je niet op een klein veld. Britt staat op haar vaste plek in de spits. Nummer negen is ze, en dat is ook nog eens haar geluksnummer. Rondom het veld staan honderden – nee, duizenden – fans te juichen. Voor de andere spelers, maar ook voor haar.
‘Britt, Britt, Britt!’ hoort ze opeens achter zich.
Britt draait zich om. Haar nieuwe voetbalschoenen draaien soepel mee. Ze snuift de lucht van modder en gras op terwijl ze naar haar het groepje supporters loopt.
‘Succes, Britt!’ roept haar moeder. Ze staat naast haar vader, die met de draagdoek en al op en neer springt. Britts zusje Tessa van anderhalf schudt mee, maar slaapt gewoon door. ‘Dat wordt een nog grotere slaapkop dan jij,’ grappen Britts ouders altijd. Naast haar ouders staan haar nichtje Jasmijn, die zelf ook voetbalt, en haar beste vriendin Sara.
‘Zet hem op!’ roept Sara. Ze zwaait met een ratelaar in het rond. Het maakt een verschrikkelijke herrie, maar valt bijna niet op omdat iedereen aan de zijlijn aan het juichen en roepen is.
Het fluitsignaal klinkt, en Britt rent naar de middenlijn. Het is tijd voor de aftrap.
‘Ik neem hem,’ zegt ze beslist. Ze loopt naar de bal. Net op dat moment klinkt er nog een fluitsignaal. Verstoord kijkt Britt op. Wat is dat nou? Ze kijkt zoekend rond naar de scheidsrechter. Die kijkt haar aan terwijl hij zijn fluit in zijn mond heeft.
‘Trrrrrr!’ klinkt het, hard en schel.
‘Stop eens met blazen, ik wil spelen!’ wil Britt roepen.
Dan schrikt ze wakker. Nog half verdoofd van de slaap kijkt ze haar kamer rond. Tegenover en naast haar bed hangen twee grote voetbalposters van het Nederlands elftal. Naast haar kleine wasbak met spiegel is de stellingkast grotendeels gevuld met voetbalboeken, knuffels, en in het midden een verzameling voetbalspeeltjes uit verrassingseieren. Tussen haar kledingkast en bureau in staat een zitzak in de vorm van een voetbal.
Maar het geluid komt van haar wekker.
Britt draait zich kreunend opzij en schuift het knopje aan de voorkant naar links. Zo, uit. Geen snooze vandaag. Verder dromen lukt vast niet meer. Ze slaat haar dekens van zich af. Even laat ze haar hand over het groene graspatroon gaan. Ze is echt blij met haar kamer. Misschien is het juist wel doordat alles over voetbal gaat dat ze zulke leuke dromen heeft.
Er wordt op haar deur geklopt. Drie korte klopjes, dat is vast haar vader. Haar moeder klopt altijd maar één keer en veel harder.
‘Ja?’ vraagt Britt, terwijl ze opspringt. Over haar bureaustoel hangen de kleren die ze de avond ervoor heeft uitgezocht: een spijkerbroek en een bont bloemenshirt. Ze denkt met een glimlach aan wat Sara eerder deze week had gezegd. ‘Hoe kan dat toch? Je houdt zo van voetbal en toch draag je… dit!’
‘Ik zou vaker jurken dragen,’ had Britt geantwoord. ‘Alleen voetbalt dat voor geen meter.’
Gekke Sara. Net of je geen meisjesdingen leuk kan vinden omdat je van voetbal houdt. Ze snapt nog steeds niet hoe iemand heeft bedacht dat sommige dingen voor meisjes zijn en andere voor jongens. Je doet toch gewoon wat je leuk vindt?
‘Trouwens, Rick draagt ook altijd shirts met bloemen,’ zei Britt gelijk daarna, toen hun klasgenoot kwam aanlopen. Daarmee was het gesprek klaar.
Britt is gek op Sara, maar soms heeft ze toch echt een heel andere mening dan zij. ‘Dat moet kunnen bij beste vriendinnen,’ zegt haar moeder altijd, en dat gelooft Britt ook. Ze zijn waarschijnlijk vriendinnen omdat ze zo anders zijn. Britt heeft lang, bruin haar, terwijl Sara blond is. Haar haren komen net tot over haar schouders. Ook vanbinnen zijn ze anders. Britt is heel actief, en Sara is een stuk rustiger. Ze passen heel goed bij elkaar.
Britts vader steekt zijn hoofd om de kamerdeur. ‘Ik kwam even controleren of je al wakker was. Je hebt nog een half uur.’
‘Ik kom eraan!’ Britt trekt snel haar shirt over haar hoofd en grijpt het haarelastiek van haar nachtkastje. Voor de spiegel pakt ze de haarborstel. Zal ze vragen of een van haar ouders een staart maakt? Vooral haar moeder kan dat beter. ‘Ik heb geen ervaring met lang haar,’ zucht haar vader altijd.
Toch is haar staart aardig gelukt, ziet Britt als ze in de spiegel kijkt. Ze wordt er steeds beter in.
Beneden ziet ze haar moeder gapend aan de ontbijttafel zitten, een wakkere Tessa in haar armen. Ze geeft haar moeder en haar zusje een kus. Tessa kirt blij. ‘Bitt, Bitt!’ roept ze enthousiast. Ze wipt op en neer.
‘Goedemorgen,’ mompelt Britts moeder.
Haar moeder is vlak na het opstaan nooit heel vrolijk. Britt heeft haar gebrek aan ochtendhumeur duidelijk van haar vader.
‘Goedemorgen!’ zegt Britt vrolijk. Ze haalt twee broodjes uit de zak en belegt ze dik met pindakaas. Daarna strooit ze er vlokken overheen.
‘Hé, laat je ook nog wat voor ons over?’ Britts vader komt aan tafel zitten en grist het pak uit haar handen. ‘Wat een chocoladeberg!’
‘Lekker,’ grijnst Britt. Ze stapelt haar boterhammen op elkaar en neemt een flinke hap. De pindakaas plakt tussen haar tanden en de chocola smelt op haar tong. Eerst nam ze altijd pindakaas met hagelslag, maar dit is nóg lekkerder.
‘We hebben nog iets leuks,’ zegt haar moeder opeens. Ze klinkt eindelijk wakker.
Britt slikt haar mond leeg. ‘Wat dan?’ Ze neemt snel nog een grote hap. Als ze opschiet, kan ze misschien nog even voetballen met Teun, Anne, Koen en Tarik. Op het schoolplein is het kleine voetbalveld achterin altijd snel bezet.
Britts moeder schuift een formulier over tafel, richting Britt. Ze kijkt erbij alsof het een cadeautje is. Britt fronst haar wenkbrauwen. Wat is dit nou? Ze kijkt naar het formulier.

Haar ogen glijden over de letters. Het gaat over de voetbalclub in het dorp! Britt springt op van haar stoel. ‘Ze zoeken spelers! Ze zoeken mij!’ Enthousiast springt ze op en neer. ‘Mag ik daar voetballen, mag het? Alsjeblieeeeft?’
Haar ouders lachen. ‘Waarom denk je dat we het je laten zien?’ zegt haar moeder, terwijl ze Tess in de kinderstoel zet. ‘Heb je alles al gelezen?’
Britt gaat weer zitten en pakt de folder. ‘Zaterdag hebben ze een open dag!’ roept ze.
Haar vader knikt. ‘We kunnen wel met zijn allen gaan kijken. Als je het leuk vindt, tenminste.’
Britt vliegt eerst haar vader en dan haar moeder om de hals. Daarna knuffelt ze Tessa. ‘Wacht maar, Tess,’ zegt ze blij. ‘Jouw grote zus wordt een topvoetballer!’

Interview Samantha Era

1. Het komt niet vaak voor dat meisjes de hoofdrol spelen in een voetbalboek. Hoe kom je erop om juist wel zo’n boek te schrijven?
Zelf heb ik vroeger veel gevoetbald. Op de basisschool mocht ik met schoolvoetbal uitkomen voor het eerste team. Toch ben ik er nooit mee doorgegaan. Ik vond het jammer dat je als meisje nooit in het Nederlands elftal zou kunnen spelen. Ook speelde ik graag in gemende teams, en dat kon bij de meeste voetbalclubs niet. In de loop der jaren is er veel veranderd, en dat vind ik een positieve ontwikkeling. Zo blijkt uit onderzoek dat gemengde teams het spel verbeteren en dat jongens en meisjes elkaar versterken. Ook is er meer aandacht voor damesvoetbal. Mijn hoop is dat er in de toekomst gemengde volwassenteams zijn. In de aanloop hiernaar vind ik het passend dat er ook meer aandacht is voor meisjes die voetballen, en een serie als Britt aan de bal speelt daarop in. Ik vind het heel mooi om daaraan te kunnen werken. Overigens zijn er ook series zoals Koen Kampioen waarin gemengde teams voorkomen. Dat meisjes een rol spelen in voetbalboeken is dus al iets gewoner geworden.

2. Hoe kwam je op Britt aan de bal?
Ik wilde een naam die allitereerde, en Britt vond ik altijd al een leuke naam. De combinatie met bal was daarna snel gemaakt. Voor het verhaal heb ik me laten inspireren door jonge voetballers, zowel jongens als meisjes, die met veel enthousiasme over de sport praten.

3. Je schreef eerder paardenboeken onder de naam Samantha Era. Is dit niet heel anders?
Ja en nee. In beide series speelt iemand de hoofdrol die ergens gepassioneerd over is. In de serie Manegemeiden is dat Fleur, die gek is op paardrijden en die veel van dieren houdt. In Britt aan de bal is het Britt, die gek is op voetbal. Ik denk dat Fleur en Anky heel goed vriendinnen zouden kunnen zijn. Het zijn namelijk allebei kinderen die ergens voor staan, en die weten wat ze belangrijk vinden. Het enige waarin het verschilt, is welke passie ze hebben. Alle lezers die de paardenboeken leuk vonden, zullen de voetbalboeken ook erg leuk vinden.

4. Waarom schrijf je onder een pseudoniem?
Ooit debuteerde ik met een jeugdboek voor kinderen van twaalf jaar of ouder. Na vier boeken te hebben geschreven voor lezers van die leeftijd werd ik gevraagd om een aantal boeken voor kinderen van zeven tot tien jaar te schrijven. Dit vond ik zo anders, dat ik het onder een andere naam wilde doen. Op die manier weten kinderen dat als er Samantha Era op de kaft staat, het een verhaal is dat je vanaf de basisschool kunt lezen. Als er Maresa Jacobse op de kaft staat, kun je het beter pas lezen als je in elk geval al (bijna) op de middelbare school zit. Samantha Era is trouwens toch nog een beetje mijn naam. Als je Samantha afkort tot Sam, heb je met Sam Era en anagram voor ‘Maresa’.

5. Wat kunnen we na De aftrap verwachten?
In de serie Britt aan de bal komen in elk geval nog twee delen. Ik ben intussen al bezig met het tweede boek. Het is erg leuk om Britt veel leuke maar ook spannende dingen te laten beleven. Wat ik het leukste vind, is om verhalen te horen van zowel jongens als meisjes die de gebeurtenissen herkennen en die zelf ook veel meemaken tijdens het sporten en daaromheen. Ik vind het dan ook geweldig als ik via maresajacobse.nl berichten krijg van lezers.

Er zijn (nog) geen recensies beschikbaar.

Dubbel-interview op Qreative Minds

Maresa Jacobse (1986) is gek op schrijven, lezen, reizen, pizza eten, sporten en... eigenlijk houdt ze van heel veel dingen. Op haar veertiende schreef ze Rotzooi, waarmee ze debuteerde bij uitgeverij Kluitman. Daarna is ze blijven schrijven. Ze vindt het zelfs na dertien boeken nog gek om zichzelf een auteur te noemen, ook al is ze dat echt. Naast schrijver is ze ook vertaler en marketeer. Maresa bouwt websites, ontwerpt in Photoshop en geeft advies aan bedrijven. Ze vindt het leuk om veel te combineren. Niet alleen leert daar zelf veel van, het geeft ook veel inspiratie voor nieuwe verhalen.

Maresa, je hebt Nederlands gestudeerd in Amsterdam. Geeft het gevolgd hebben van deze opleiding je een voorsprong in het schrijversvak?
Maresa: Eigenlijk was het andersom: ik besloot Nederlands te gaan studeren omdat ik een boek had geschreven. Het leek me goed om daarmee verder te gaan. Ik had namelijk twee keuzes: informatiekunde of Nederlands studeren. Dat mijn boek werd uitgegeven, gaf de doorslag om voor Nederlands te gaan. Gelukkig kon ik tijdens de opleiding ook mijn passie voor computers kwijt en ontwierp ik in mijn vrije tijd websites. Daar kon ik dan gelijk teksten bij schrijven; een handige combinatie.

Je schrijft zowel jeugdromans als kinderboeken. Toch gebruik je voor kinderen het pseudoniem ‘Samantha Era’. Wil je vertellen waarom je deze keuze hebt gemaakt?
Maresa: Vroeger las ik een aantal 12+-boeken van een bepaalde auteur. Omdat ik die boeken zo goed vond, las ik meer van dezelfde schrijver. De boeken die ik toen vond waren voor 8+ en dat had ik niet direct door. Het waren ook echt heel andere boeken - wel van dezelfde auteur, maar in een heel andere stijl en met verhalen die mij minder aanspraken. Toen ik daarom werd gevraagd paardenboeken te schrijven, leek het me goed om een pseudoniem te gebruiken. Zo raakten 12+-lezers niet 'in de war'. Mijn boeken onder de naam Samantha Era zijn daarmee duidelijk andere verhalen. Dit is dezelfde reden dat ik voor Britt aan de bal (ook voor een jongere doelgroep) opnieuw mijn pseudoniem gebruik. Sam Era is trouwens een anagram van Maresa, dus stiekem staat mijn naam er alsnog op.

Lees verder op de website van Qreative Minds