De elfenboom

De elfenboomJacob Vis
ISBN 978-90-8660-351-0
Prijs € 14,95
Aantal pagina’s
Verschijnt najaar 2017

Boswachtersdochter Anna Katharina, alias Kat, redt Ildur, de elfenprins uit een benarde positie. Hij tovert haar om naar zijn formaat en neemt haar mee naar Elfenland waar ze opdracht krijgen de Elfenboom te zoeken die al twee generaties uit zicht is. Als de boom onvindbaar blijft zal het Elfenvolk uitsterven. Kat, voorzien van elfenvleugels en Ildur gaan op zoek naar een eik die aan het signalement voldoet. Onderweg krijgen ze gezelschap van de gevleugelde rat Gajus Rattus, Rat voor vrienden. Hij zoekt een manier om de Weerwolf te verslaan die gedreigd heeft het Rattenvolk uit te roeien. Ook de wolvin Lara die een nieuw jachtterrein voor haar familie zoekt sluit zich bij het reisgezelschap aan. Zij heeft haar eigen motief om de Weerwolf te verslaan. Bij de ontmoeting met Lara’s familie duikt hun doodsvijand op. Er ontstaat een verschrikkelijk gevecht waarin Rat een heldenrol speelt. Als de Weerwolf is verslagen gaan de wolven hun eigen weg. Rat blijft om Kat en Ildur bij hun opdracht te helpen. Als ze tenslotte, met hulp van de kluizenaar Ankor de Elfenboom vinden, blijkt dat hij met omkappen wordt bedreigd. Kat gaat terug naar de mensenwereld om het gevaar af te wenden. Daar wacht haar een enorme verrassing...

De winter was vroeg ingevallen en op kerstavond zaten de reisgenoten kleumend om een kampvuur op een open plek in het bos. Het was doodstil. Alles en iedereen leek te wachten op de naderende vrieskou. ‘Er zit sneeuw in de lucht,’ zei Kat. Ze trok haar vleugels om zich heen en huiverde.
‘Hoe weet je dat?’ vroeg Ildur.
‘Ik voel het,’ zei ze. ‘En jij voelt het ook. Als het gaat sneeuwen, voelt de lucht anders aan. Net of hij zwaarder is. Je voelt een tinteling die je bloed eerst sneller en dan trager laat stromen.’
‘Ik voel niks,’ zei hij nors. ‘Alleen kou.’
Rat, die het oor van de weerwolf als een cape om zich heen had geslagen, knikte. ‘Sommige dieren houden een winterslaap,’ zei hij. ‘Dat is helemaal geen gek idee. Je zoekt een warm hol, dekt je toe met blaadjes en wol en je gaat vijf manen slapen. Als je wakker wordt is het voorjaar en vind je weer van alles te eten.’
‘Waarom doen jullie dat dan niet?’ vroeg Ildur.
Rat haalde zijn schouders op. ‘Wij zijn met teveel, denk ik. Zoveel holletjes zijn er niet. Als ze er wel waren dan zouden we er met zijn tweeën of met een hele familie in kruipen. Heel gezellig, maar daarvoor is niet genoeg ruimte. Dus blijven we thuis, met een paar duizend ratten in ons grote hol. We doen zo min mogelijk en steken onze neus alleen buiten de deur als de voorraden op zijn. Halverwege de winter zet de koning ons op rantsoen. Hij heeft mij eropuit gestuurd om de weerwolf te zoeken. Anders had ik nu thuis gezeten in plaats van hier in de kou.’ Hij keek een beetje triest voor zich uit. ‘
‘Ben jij de enige rat met vleugels?’ vroeg Ildur.
‘Van mijn volk wel. Hoe het met andere rattenvolken zit, weet ik niet.’
‘Ik heb nog nooit een vliegende rat gezien. Misschien ben jij wel de enige ter wereld.’
‘Zou je denken?’
‘Ja, al stelt dat vliegen van jou niet veel voor. Elke baby-elf doet het beter. Maar als je goed oplet, blijf je de belagers wel voor. Wat dat betreft kunnen wij iets van je leren.’
Rat, niet gewend aan complimentjes van Ildur, glimlachte. Kat was duidelijk met haar hoofd niet bij het gesprek en staarde somber in het vuur.
‘Je kijkt zo sip,’ zei Ildur. ‘Is er iets?’
‘Morgen is het Kerst,’ zei Kat. ‘En ik ben er niet bij.’ Ze zuchtte theatraal, wat Ildur spottend een typische meisjeszucht zou noemen. Nu zag hij dat haar echt iets dwars zat. ‘Kerst, wat is dat?’ vroeg hij.
‘Feest,’ zei ze dromerig. ‘Dan hebben we een kerstboom met lichtjes erin en cadeautjes eronder en gaan we lekker eten. Soms komen er mensen om mee te eten en is het echt gezellig.’
‘Waar is dat feest voor?’
‘Voor de geboorte van Jezus, de zoon van God.’
‘Dus het is een verjaardag. Hoe oud is hij nu geworden?’
'Tweeduizendzeventien jaar.’
Ildur floot bewonderend tussen zijn tanden. ‘Dat is echt al een oude knaap, hoor, zelfs in onze jaartelling. Waar woont hij?’
‘In de hemel bij Vader God.’
‘God, wie is dat ook alweer?’
‘Dat is Iemand die alles gemaakt heeft. Ook jou en mij.’
‘Ik ben door mijn ouders gemaakt,’ zei hij. ‘En zij door hun ouders en zo verder tot we bij Oberon, de stamvader van de Elfen, komen. In jullie tijdrekening bijna duizend jaar geleden.’ Hij keek haar wantrouwend aan. ‘Jullie hebben Hem toch niet gepikt?’
‘Nee man, doe normaal! God was er altijd al! Hij heeft de Aarde gemaakt en de zon en de sterren en alles en die Oberon van jullie dus ook.’
‘Kan niet. En die Jezus, bestaat die soms ook al altijd?’
‘Nee, Jezus is 2017 jaar geleden geboren in Bethlehem en 33 jaar later gestorven op de berg Golgotha. Zijn moeder heette Maria en zijn vader Jozef.’
‘Je zei net dat God zijn vader was.’
‘Op Aarde was het Jozef. Maria kreeg haar kind door onbevlekte ontvangenis.’
‘Onzin. Je kunt alleen een kind krijgen door nibbenokken.’
‘Nou, zij dus niet!’ Kat werd boos. ‘Als jij het beter weet, vertel je het maar aan jezelf!’
Ildur glimlachte. ‘Kalm, opgewonden standje. Ik plaag je maar. Die zoon is dus ruim tweeduizend mensenjaren geleden geboren, zonder nibbenokken. Nou ja, misschien hadden ze het toen nog niet uitgevonden. Wat is er daarna met hem gebeurd?’
‘Hij heeft een heleboel mensen gered en op het rechte pad gebracht. Toen Hij drieëndertig was, hebben ze Hem verraden en is Hij aan het kruis geslagen.’
Hij keek haar vol afschuw aan. ‘Afgrijselijk! En vond zijn Pa dat zomaar goed?’
‘Ja, dat heb ik ook nooit begrepen. Als ze mij aan een kruis zouden willen slaan, zou mijn vader alles doen om me te redden, ook al zou hij zelf daardoor doodgaan.’
‘En toch geloven jullie dat die God de Vader almachtig is.’
‘Ja.’
‘Gelooft iedereen dat, of is het alleen voor kinderen?’
‘Iedereen natuurlijk. Net zoals jullie allemaal geloven in de Elfenboom.’
‘En jij, Rat, geloof jij dat ook?’
Rat keek onzeker van de een naar de ander. ‘Wij geloven in de Grote Rat,’ zei hij. ‘Na je dood gaat je geest naar een groot graanpakhuis. Daar kun je net zoveel eten als je wilt en je krijgt nooit pijn in je buik.’
‘Typisch rattengeloof,’ gromde Ildur. ‘Onbeperkt vreten en nergens last van krijgen.’
Rat stoof op. ‘Jullie geloven in die stomme Elfenboom! Die kun je niet eens eten!’
Ildur vloog op en keek Rat met vlammende ogen aan. ‘Ik wil hier geen woord meer horen over de Elfenboom,’ snauwde hij. ‘En zeker niet van een kleine, smerige rat!’
‘Geen ruzie, jongens,’ zei Kat haastig. ‘Het is Kerst vandaag. In alle mensen een welbehagen. Laten we alsjeblieft de vrede bewaren.’
‘Laat Rat dan niet van die stomme dingen zeggen,’ gromde Ildur, maar hij ging weer zitten en sloeg zijn vleugels om zich heen. ‘Het is koud vannacht. Er kon inderdaad wel eens sneeuw komen.’
‘Een witte Kerst,’ zei Kat. ‘Dat kan er ook nog wel bij. Iedereen vlast op sneeuw met Kerst, omdat het binnen dan warm en gezellig is. Hier in het koude bos hebben we niet eens een behoorlijk vuurtje.’
Ildur en Rat keken elkaar aan. ‘Goed, we zullen bij uitzondering een hoog vuur maken,’ zei Ildur. ‘Anders blijft Kat sippen. Als de weerwolf terugkomt, gaat het uit.’
‘Die is allang bij zijn voorvaderen,’ zei ze, maar ze monterde op toen de vlammetjes in het droge hout beten. Ze schoof naar het vuur en warmde haar handen. De vlammen legden flakkerende schaduwen op haar gezicht. Ildur legde met een zelden vertoond gebaar van tederheid zijn hand op haar wang. ‘Volgend jaar zit jij weer bij je pa en je kerstboom. En Rat zit bij zijn familie en ik bij de mijne als we de Elfenboom gevonden hebben. Zo niet dan...’ Hij maakte de zin niet af.
‘Wat gebeurt er dan?’ vroeg Kat zachtjes.
‘Dan sterven we uit,’ zei hij wonderbaarlijk kalm. ‘Kijk nog maar eens goed naar me. Jij kunt later zeggen dat je als enige mens kerstavond met de elfenprins hebt gevierd.’
‘Niet als enige mens,’ zei een welluidende stem achter hen. ‘Het is hier gezellig.’
De reisgenoten draaiden zich bliksemsnel om. In het halfduister stond de vreemdste man die Kat ooit had gezien. Hij was kleiner dan alle andere mannen die ze kende, maar dat kwam misschien omdat hij voorovergebogen op een knoestige staf leunde. Hij droeg een wollen pij die hem van hoofd tot voeten bedekte. Zijn gezicht zat vol vouwen en rimpels, maar zijn ogen waren helder en leken dwars door je heen te kijken.
‘Wie bent u?’ vroeg Kat.
De vreemdeling maakte een lichte buiging. ‘Ankor is de naam. Ik was de tekenaar
van het Zand. Nu het stuifzand is vastgelegd, houd ik mij bezig met alles wat de natuur van mij vraagt. Soms vraag ik iets terug, zoals nu, om me bij jullie vuurtje te warmen.’

Gefeliciteerd met je jeugdboek bij uitgeverij Ellessy. Waarom heb je ervoor gekozen om na een aantal thrillers een jeugdboek te schrijven?
Gewoon, omdat ik er zin in had.

Wat probeer je de lezer mee te geven met De Elfenboom?
Geen boodschap. Ik houd me aan het adagium van Dickens: de eerste taak van de schrijver is zijn lezers te amuseren.

Wat vond je zelf het leukste stuk om te schrijven?
Mijn favoriet is Gajus Rattus, alias Rat, de enige vliegende rat ter wereld. De stukken waarin hij voorkomt zijn de passages die ik grijzend herlees.

Waren er dingen waar je tegenaan liep tijdens het schrijven?
Nee.

Wat kunnen we Na De Elfenboom van je verwachten?
1. Een thriller, die al in het voorjaar was aangekondigd: getiteld Don Quichot. Een spannend verhaal met meerdere lagen en ideeën die, naar ik hoop, de lezer aan het denken zetten.
2. Een compilatie van de schrijflessen die ik jarenlang gaf aan vooral oudere amateurschrijvers die me al vaker gevraagd hebben die lessen eens op te schrijven.
3. Een verhaal over mijn oude vak: de bosbouw, voor een boek van Staatsbosbeheer.
4. Een contemporaine spannende Indische roman, getiteld Smog, over een idealistische planter die palmolie wil telen zonder het oerbos te vernietigen.

Er zijn (nog) geen recensies beschikbaar.